Adel in het Westland

De geschiedenis van het Westland (3)

Door Jan Goeijenbier

In artikelen over het boek De geschiedenis van het Westland horen álle dorpen aan bod te komen. Van De Lier verklaart auteur Jaap van Duijn niet alleen de naam, afgeleid van Lyera (Lee). Van Duijn schrijft dat de bedijking van Maasland in de 12e eeuw langs de Oudecampseweg naar Burgersdijkseweg liep tot boerderij ’t Kraaienest. Na de stormvloed in 1163 is de dijk richting de Lee verlegd. De Lier ontstond op de plek waar nu de Hoofdstraat is; in 1201 wordt de naam in een oorkonde van graaf Dirk VII genoemd. In 1245 mochten Lierenaren een eigen kapel bouwen en parochie stichten. Tot die tijd moesten zij altijd naar Maasland lopen.

Pas 640 jaar later besloot de Tweede Kamer het grondgebied van De Lier uit te breiden. De Scheewatering was  tot 1885 de grens van de parochies in Maasland en De Lier. Lierenaren die ten zuiden van de Hoofdstraat woonden gingen in De Lier naar de kerk maar in Maasland naar school, omdat zij bestuurlijk Maaslanders waren. De dorpen Maasdijk en Heenweg zijn veel recenter ontstaan. De dijk waar Maasdijk aan ligt is de grens tussen Honderdland en Oranjepolder. De eerste maasdijk verbond de strandwal van Naaldwijk met de dijken bij Maasland en liep van de Galgeweg, Sint Jorispad, Oudedijk naar Oudecampseweg. Aan het eind van de 19e eeuw was er een lint van huizen onderaan de dijk; aan de andere kant, richting de Oranjesluis, kwam in 1861 een openbare school. In 1900 een School met de Bijbel, in 1904 een gereformeerde kerk. Ook aan het begin van die eeuw verhuisde Maasdijk-centrum naar de Oranjepolder, zuidelijk van de Maasdijk. Heenweg was eeuwenlang niet meer dan een pad tussen de oude dijk om het Oudeland van ’s-Gravenzande en nieuwe Maasdijk. Buurtschap Heenweg, zo schrijft Van Duijn, ontstaat pas eind 19e eeuw. In 1883 kwam er een openbare school, hulppostkantoor (1918) en zes telefoonaansluitingen (1919). In 1935 krijgt Heenweg de Lugtigheidstraat, zijn eerste straat.

Van Polanen
Het Westland kent ‘bazen en knechten’, door de eeuwen heen, zeker sinds de tuinbouw zich in onze streek ontwikkelde. Dat die ’standen’ in vroeger eeuwen rijk en gevarieerd waren, beschrijft Jaap van Duijn in het hoofdstuk De Westlandse adellijke geslachten. De adel was de ‘bezittende klasse’. Volgens Van Duijn springen er vier geslachten uit: Van Polanen, Van Naaldwijk, Van der Woerd en Van de Wateringe. “De Van Polanens behoorden in de 14e eeuw tot de machtigste adellijke families in de Nederlanden, hun invloed is tot op de dag van vandaag aanwijsbaar. Dat is heel bijzonder voor een geslacht dat na honderd jaar al uitstierf,” schrijft Van Duijn. De familie is via de Van Duivenvoorders verbonden met de Van Wassenaars. Filips van Duivenvoorde (sterft in 1307) maakt Polanen tot ‘stamslot’, net buiten Monster, tussen Madeweg en Boomawatering. Jan, de zoon van Filips, noemt zich naar de hofstede: Jan I van Polanen. Deze ridder bezat 200 morgen land in Monsterambacht en grond bij Maasland, Delft en Schipluiden. Door Hoekse (plattelandsadel) en Kabeljauwse (stedelijke adel) twisten wordt Filips II van Polanen uit wraak verbannen en de hofstede in 1394 afgebroken. Filips sterft in 1401, zonder kinderen.

Van Naaldwijk
Het geslacht Van Naaldwijk was Hoeks, daarvoor Kabeljauws. Willem II van Naaldwijk was in 1391, vóór de moord op Aleid van Poelgeest nog kabeljauw. Zoon Hendrik III was trouw aanhanger van Jacoba van Beieren en  wordt beloond met de ‘hoge heerlijkheid’ Naaldwijk. Zijn zoon Willem III trouwt in 1429 met een ‘Kabeljauwse’, Wilhelmina van Egmond. Dat zaken bij een huwelijk voorop stonden werd duidelijk toen de Hoekse Hendrik IV van Naaldwijk met de Kabeljauwse Machteld van Raaphorst trouwde. Deze Hendrik was de laatste heer Van Naaldwijk.

Van de Wateringe
Ogerus de Hoke werd door graaf Willem V beleend met land dat nu Hoekpolder, tussen Rijswijk en Wateringen en deels Wateringseveldpolder is. Zijn hofstede Uten Hoeke ligt aan de Korte Watering. Een van zijn zoons, ridder Gerard van de Wateringe, is vertrouweling van graaf Floris V en krijgt in 1276 alle visrechten vóór de sluizen in ambacht Vlaardingen. Gerard van de Wateringe reist namens Floris V naar Engeland en onderhandelt over het huwelijk tussen de 1-jarige zoon Jan met Elisabeth, dochter van koning Edward I. Als Albrecht, een van de zes kinderen van Jan II van de Wateringe in 1386 overlijdt, sterft het geslacht Van de Wateringe in mannelijke lijn uit.

Van der Woerd
De huidige Hoge Woerd in Naaldwijk dankt zijn naam een vierde adellijk Westlands geslacht: Van der Woerd. In het jaar 1213 vergezelt Florencio de Worde, samen met Hugo de Fornes graaf Willem I op zijn bezoek aan de koning van Engeland. Een jaar later is Florentius de Wurth – hij was 4 jaar – in Antwerpen bij onderhandelingen over een huwelijk. Floris’ ‘aanstaande’, de latere Machteld van ’s-Gravenzande was 14 jaar en al weduwe. De ambachtsheerlijkheid wordt na het overlijden van Willem, de laatste Van der Woerd, door graaf Willem III in 1340 verkocht aan Dirk van Brederode. In een volgend artikel meer over De geschiedenis van het Westland. (Uitgever Walburg Pers, boek is te koop in de lokale boekhandel).

 

Share:

Author: Redactie

Related Articles

Geef een reactie