Ik pak de pen op: Mi-Tê Goeijenbier

Wat een onvermoede kans is deze overhandiging van de Poeldijkse Pen. Ik ben Mi-Tê Goeijenbier en ben als oudste van vijf in Poeldijk aan de Voorstraat geboren. Wij groeiden op onder weelderige bomen: hoge taxussen bij het huis en rood en wit bloeiende kastanjes aan de weg langs het slootje. Eén rode beukenboom staat er gelukkig nog altijd als een grote parasol. Met wat onderbrekingen woon ik hier al een heel leven. Onze ouders hadden een intensieve fruitkwekerij achter het huis, een zogeheten koude tuin. Waar nu een deel van de De Backerstraat loopt. Er waren fruitmuren met leibomen en boomgaarden waar ganzen liepen. Onze buurman Arie hield een varken, wij zagen elk jaar schriekend en wiekend een boel roze biggetjes.

Modderbad, stookfornuis voor het voer, kippetjes, konijnen, alles was er. Tot de slager ze op kwam halen. Wij waren net als veel andere dorpsgenoten ook te vinden op het levendige erf van boer Koos Helderman en zijn zussen, de tengere Anna en de stoere Bad. Haar zondagse naam was Barbara. De boomgaarden waren een onweerstaanbare wereld waarin seizoenen zich duidelijk opvolgden. Toch verbleef ik regelmatig wekenlang bij oma in de Haagse Vruchtenbuurt. Daar ging ik met mijn even oude nichtje Miriam mee naar de kleuterschool. De Haagse kindertjes waren een stuk vrijer in hun gedrag, een groot contrast met het Westlandse. Waar bij ons de hoge schoorstenen op de tuinderijen nog zwarte roetpluimen produceerden, was de stadswijk waar tram 5 al vroeg in de ochtend luid de Mient opreed van een andere orde. Hoewel, over heel Poeldijk hoorde je de scherpe waarschuwingssignalen van de WSM-locomotieven vanaf het spoor langs de Nieuweweg. Het opgroeien in die twee zo verschillende werelden was toen ik klein was weleens moeilijk maar later heeft het me geholpen.

Romantisch, lief houten lucifersdoosje
Op de St. Jozefkleuterschool achter het oude klooster in de Voorstraat – waar nu de kerk aan de Fonteinstraat staat – leerde ik veel dorpsgenootjes kennen. Ik vind het nog altijd fijn als we elkaar in het dorp of elders in het Westland zien. Wat waren er door het hele dorp verspreid veel kinderen om mee te spelen, op zomeravonden rond het kerkplein. Veel namen herinner ik me bij de gezichtjes op schoolfoto’s van de website van Anky de Kok. In Den Haag doorliep ik de Pedagogische Academie met als specialisaties Biologie, Tekenen en Schilderen. Ik studeer nog altijd graag. We leerden rond 1970 over het steeds vervuildere water, in de winter gingen we het Haagse Bos in om bomen en struiken aan vorm en bladknoppen te herkennen. Met mijn echtgenoot Ton van Noort woonde ik enkele jaren romantisch in een lief houten lucifersdoosje in de Bospolder en werkte ik in het basisonderwijs. We kregen in Poeldijk een dochter en een zoon, zij hebben met hun partners vier kinderen. Toen onze oudste was geboren bezocht ik de Vrije Academie in Den Haag. Dat kon in de avonduren en overdag was daar een goede crèche. ’s Avonds gaf ik teken- en schilderlessen in De Lier. Later studeerde ik bij in Kunst, Cultuur en Nederlandse Taal zodat ik parttime les kon geven bij ROC Mondriaan in Den Haag. Zingen deed ik ook graag in een van de eerste opera’s bij Dario Fo in de Voorstraat, bij Deo Sacrum en Kamerkoor Couleur Vocale. Sinds 2008 was ik vrijwilliger bij Kunsthuis18 in Naaldwijk. Daarna gaf ik met twee collega’s les bij Jongerenacademie Kunststof18, ook uit Poeldijk kwamen daar cursisten.

Rondreizende expositie ontsluiting Westland
De laatste jaren gaf ik met een tentoonstelling aandacht aan de grote veranderingen in het Westlandse landschap negentig jaar geleden. De rondreizende expositie kwam tot stand door medewerking van diverse kanten en eigen onderzoek. In de jaren ’30 kwamen er provinciale- en rijkswegen en werden landwegen en boerenpaden stevig aangepakt. Het Westland werd ontsloten voor gemotoriseerd verkeer. Tuinbouwproducten konden dan beter naar markten in steden worden vervoerd. Nu geniet ik in Poeldijk van hier en daar nieuw aangeplante bomen. Vooral langs de Rijsenburgerweg vanaf de Vaart, waar zuilvormige Liriodendrons staan. Bomen met een vrolijke naam, tulpenbomen; bijna vierkant blad, liervormig met vier punten. Ik kijk uit naar de zacht oranje gele takken met groene bloemen, als zomertulpen. In de herfst verkleuren de bladeren mooi. Wie weet plant men achter het bankje bij De Wittebrug weer een échte boom. Eén, die zo groeit dat je op een zonnige dag niet aan Frankrijk hoeft te denken om beschut onder een lommerrijke boom uit te rusten. Dit lijkt me gastvrij voor wandelaars en fietsers die willen pauzeren. Al met al ken ik hier heel wat mensen van de oude garde en vind het leuk bij het boodschappen doen zoveel nieuwe gezichten te zien. Gezichten die zich soms zoekend oriënteren, maar Poeldijk langzamerhand als plezierige woonplaats willen ervaren. Daar blijven we in deze sterk veranderende tijd van alle kanten moeite voor doen. De pen geef ik graag door aan Chloé Adahé, een van de vrouwen die bij mij in het atelier schilderde.

Author: Poeldijk

Geef een reactie