Ik pak de pen op: Olga Bronswijk

Hallo ik ben Olga Bronswijk, ik ben als tweede geboren in het bakkersgezin aan de Voorstraat 72. Mijn ouders hadden de bakkerswinkel, mijn vader bakte het brood en mijn moeder stond in de winkel. Als kind was dat al jong meehelpen in de bakkerij, ‘s morgens wakker worden door de lucht van vers gebakken brood. Ik heb altijd met veel plezier in de bakkerij geholpen, koekjes inpakken, verkopen en mijn moeder helpen met paaseieren versieren. Soms was het werk in de late, soms in de vroege uurtjes, maar altijd met veel passie. Als kind was er ook veel ruimte om te spelen; we hadden letterlijk alle ruimte om te spelen. Ons huis had een achteruitgang en die kwam uit waar nu de Fonteinstraat is. In de jaren ‘60 zag het er anders uit.

Waar nu de hervormde kerk staat werd toen een noodkleuterschool neergezet met een groot speelterrein ervoor, als kind gingen we de achterdeur uit, straatje oversteken en je was op school. Ernaast, waar nu een parkeerterrein is, was een grote speeltuin met een hoop speeltoestellen en een grote zandbak. De weg was slechts een zandpad en werd pas veel later bestraat. Dat gaf ons kinderen nieuwe spelmogelijkheden want nu konden we stoepranden, knikkeren en landje veroveren (met aardappelschilmesje van thuis meegepikt). Er waren een hoop kinderen in de buurt, want ook de Irenestraat had veel huizen en winkels.




Meisjes- en jongensscholen
Als het een warme zomer was gingen we zwemmen in de Gantel, die had een aftakking ter hoogte van de Bredenel brug, vanaf de stenen kant sprong je dan zo het water in. Toen ik 6 jaar werd en naar de lagere school mocht werden precies in dat jaar de meisjes- en jongensscholen opgeheven. Vanaf augustus 1968 werden de scholen gemengd. Dat kwam mijn moeder goed uit want nu kon ik met mijn oudste broer mee naar school. Dit was voor mijn broer leuk voor een paar keer, maar toen zei hij “nu weet je het wel in je eentje te vinden”, hij had duidelijk geen zin om zijn zus op sleeptouw te nemen. Zo was ik met andere taken ook al snel zelfstandig, als 4-jarige werd er een briefje en een tas gegeven en kon ik boodschappen gaan doen. In de Voorstraat uiteraard, want daar was de groenteboer Nederpelt, je had keuze uit 3 slagers, de kruideniers Van Bueren en Van Rijn, 2 melkboeren Van der Valk en de nodige bakkers als ik het goed heb 6. Het makkelijke in die tijd was dat er geen geld mee ging: alles werd opgeschreven en aan het eind van de week afgerekend.




‘We hebben ontmoetingsplekjes nodig’
Zo ging mijn vader met zijn brood langs de deuren om te verkopen, iedere bakker had zijn eigen wijk, mijn vader was net na de middag altijd op de Jan Barendselaan. Dat wist ik. Ik zei tegen mijn moeder dat ik naar school ging, en rende dan naar mijn vader om met hem mee te gaan. Tegen mijn vader zei ik dan dat ik vrij had of dat de juf ziek was. Zo waren er nog vele mooie momenten. Ik woon nog steeds in Poeldijk, alleen Poeldijk is niet meer het gezellige dorp van weleer, alle plekjes worden volgebouwd, winkels zijn nu woonhuizen en ook de mooie plekjes zijn volgebouwd. We hebben de huizen hard nodig, maar ook de plekjes waar je elkaar kan ontmoeten op een bankje omringd met groen. Niet een bankje langs een weg of in de brandende zon. Ik hoop nog lang in Poeldijk te wonen en wie weet kan ik op mijn oude dag op een bankje onder een grote boom vertellen dat het ooit een ‘kaal’ dorp was.. Met hulp van Annemiek geef ik de pen door aan Jaco Zuiderwijk, met zijn verhaal als Poeldijker van het eerste uur.

Share:

Author: Poeldijk

Related Articles

Geef een reactie