Romeinse tijd en ontstaan dorpen

Door Jan Goeijenbier

“De Middelbroekweg, in de Romeinse tijd verkeersader: het kanaal van Corbulo en Romeinse weg liepen er naast elkaar. Vóór de strandwal waar Naaldwijk en de Hoogwerf op lagen, boog dat kanaal af en de volgde de ‘fossa Corbulanis’, het tracé van de Vliet. Bij Westerlee zijn sporen gevonden van een Romeinse marinehaven. De gracht laat de Romeinse generaal Corbulo volgens historicus Tacitus aanleggen tegen verveling van soldaten en om gevaar van varen op zee te vermijden.” Jaap van Duijn over de Romeinse tijd in het Westland in zijn boek Geschiedenis van het Westland.

Waar nu Oosteinde, Heulweg en Middelbroekweg lopen, lag aan het begin van onze jaartelling een Romeinse weg. In 1997 werden bij de aanleg van Wateringse Veld op een tuinderij aan het Oosteinde vier mijlpalen gevonden. De oudste paal in Wateringen, was in het jaar 151 gewijd aan Antonius Pius, de vierde aan keizer Decius; hij regeerde in 250. Van een andere paal – nu in Leids Museum Oudheden – staat de vindplaats niet vast, mogelijk Naaldwijk of Monster. Die paal draagt de namen van Marcus Aurelius (keizer in 162) en Lucius Verus, ‘medekeizer’. Volgens Van Duijn is er geen relatie met de mijlpalen aan het Oosteinde, hij denkt dat die op de weg stond die begon in oud-Rijswijk. Die weg liep van het Forum Hadriani via de Van Vredenburchweg, Noordweg en Wateringseweg. Om zo verder naar Poeldijk en Monster te lopen.

Met vloerverwarming en badhuis
In 1971 werd bij tuinder Van der Voort (Wateringsweg in Poeldijk) een bronzen brief gevonden, het diploma dat de ’zoon van Amandus’ – een Cananefaat – rond 167 kreeg toen hij 25 jaar in het Romeinse leger diende. Bij de Verburghlaan en Arckelweg was ook na 200 nog een Romeinse nederzetting. Bij nieuwbouwproject De Kreken kwamen in 2006 paardengraven naar boven, eerder een grafveld met Romeins aardewerk. Bij het Trade Parc in Honselersdijk resten van Romeinse steenbouw mét vloerverwarming en een badhuis. Volgens Van Duijn moeten op veel meer plekken in het Westland Romeinse nederzettingen, boerderijen en gebouwen te vinden zijn. Het Westland was in de Romeinse tijd dichtbevolkt.

Ontstaan Westlandse dorpen
Na de Romeinse tijd was het Westland een paar eeuwen veel dunner bevolkt, het werd grensgebied tussen Franken en Friezen. Alleen op de hogere plekken woonden er mensen: op de strand-, oeverwallen en langs getijdekreken Gantel, Spartel en Liora (Lier). Van de Merovingische Tijd (450-750) zijn resten gevonden bij camping Molenslag, Solleveld en Vlotlaan (Hoogwerf) in Monster. Er is onduidelijkheid over Honselersdijk. ‘Holtsele’ zou een verschrijving zijn van het 13e-eeuwse kasteel Hontsele, daar zijn nooit resten van gevonden. Een tweede verklaring is dat de nederzetting Holtsele op de Naaldwijkse haakwal lag, op de Hoge Geest bij de Grote Achterweg. Het ontstaan van Naaldwijk is zekerder: hoewel Van Duijn geen verklaring voor de naam vond, lijkt de grafelijke oorkonde van Unarch de Nadelwich (1156) dé bron. In vroege middeleeuwen werd in Naaldwijk gewoond op de Hoge Geest, Hoogwerf en het huidige centrum. Ook in 1156, wordt verwezen naar Monster. Inwoners van nederzetting Maasmuiden moesten weg, toen duingebied in de tiende eeuw werd overstoven door jonge duinen. Zij verhuisden landinwaarts, waar nu Monster-centrum ligt. Daar werd tussen 985 en 995 een monasterium, een klooster gesticht. Daaraan dankt Monster haar naam. Iets meer naar de kust Ter Heijde, genoemd naar het water de Heij, in de middeleeuwen ontstaan tussen de zandplaat van ’s-Gravenzande en strandwal tussen Monster en Naaldwijk. Mogelijk werd de Heij gevormd na een stormvloed, die de duinen brak. Ter Heijde verschilt van andere Westlandse dorpen: door omvang en karakter en was altijd een kleine nederzetting van vissers. ’s-Gravenzande komt het eerst voor in een oorkonde (1200) als graaf Dirk VII en gravin Aleid – 1186 in Loosduinen getrouwd – een schenking aan de abdij van Rijnsburg doen. Dat ging om een jaarrente van 40 pond op 40 morgen land ‘op het gebied dat ’s-Gravenzande heet’. ’s-Gravenzande kreeg in mei 1246 stadsrechten. Volgens Van Duijn had het de permanente residentie van de graven van Holland kunnen worden, maar de grafelijke familie koos voor ‘het dorp’ ’s-Gravenhage. Poeldijk komt als Poeldiic het eerst voor in leenregisters van 1280 en 1287. In het register van graaf Florens wordt gesproken over 16 morgen land ’in den Poeldiic tusscen der capellen vanden Poeldiic ende Wendekinsloet, of de Wen. Kwintsheul is van oorsprong geen Westlands dorp, het viel in de 13e eeuw nét buiten de ambachtsheerlijkheid. Op de kaart van baljuwschap Naaldwijk (1620) is Quijns Heul niet meer dan 3 huizen op de kruising van de Brouck wecht en de Holle- en Lange Watering. Wateringen was al vroeg bewoond, bij de Harry Hoekstraat is Karolingisch aardwerk uit de 8e en 9e eeuw gevonden. Rond 1250 noemde Gerrit, zoon van ridder Ogier van den Hoek zich: Van de Wateringe en stichtte op het Hof van Wateringe een stenen huis, in 1282 voor het eerst vermeld. De Lier ontleent zijn naam het water Lyera. Toen de nederzetting ontstond ging de naam van de waterloop op de plaats over. In een volgend artikel meer over de Geschiedenis van het Westland.

Share:

Author: Poeldijk

Related Articles

Geef een reactie