Poeldijker Cor van Dijk vertelt zijn oorlogsverhaal

Door Nelly Schouw-Zaat

Een willekeurig fragment uit het boek van Cor van Dijk uit Poeldijk over zijn vertrek naar Duitsland om daar te werk te worden gesteld bij de Arbeitseinsatz. ’15 juni 1943: De auto gaat langzaam rijden en er gaat een golf van protest door de trieste menigte. Woedende ouders, die wanhopig moeten toezien dat hun zoons een onbekende bestemming tegemoet gaan, lopen met de auto mee’. Cor van Dijk, nu 95 jaar, is een bekend man in Poeldijk. Maar, hoe goed kennen wij hem? Wie weet hoe zijn jeugd er uitzag en hoe het hem tijdens de Tweede Wereldoorlog verging, toen hij met Poeldijkse leeftijdgenoten naar Duitsland werd afgevoerd? Hoe hij uiteindelijk in 1945 na de bevrijding, na een lange tocht via Luxemburg, België en Brabant weer thuis kwam in het Westland? Lees het boek ‘Mijn jeugd voorbij’, dat zijn dochter Joop van Dijk schreef en dat deze week van de pers kwam.




Al teveel wil Cor van Dijk er nog niet over vertellen als Poeldijk Nieuws op bezoek is voor een gesprek. Hij en zijn dochter hebben ongeveer een jaar gewerkt aan ‘Mijn jeugd voorbij’. Vele duizenden Nederlandse jonge mannen werkten in de oorlogsjaren in fabrieken in Duitsland. Zij maakten de verschrikkingen mee van oorlog, bombardementen en beschietingen, angst voor gevaar en wantrouwen van de mensen om je heen. De één in volle hevigheid in de fabriekssteden en in de oorlogsindustrie, de ander minder omdat hij ergens op het platteland moest werken.

Pastorietuin omspitten en groenten poten
Cor van Dijk, die op 19 jarige leeftijd in 1943 uit Poeldijk vertrok, moest eigenlijk al een jaar eerder opkomen voor de Arbeitseinsatz, maar hij wist onder te duiken. Zijn chef bij de coöperatie waar hij werkte had het bevel gekregen de namen bekend te maken van de lichting jongste ongehuwde medewerkers maar zorgde er voor dat onder meer Cor’s naam uit de boeken werd verwijderd. Cor moest onderduiken en ging na een tijdje in de tuin werken, totdat in 1943 de verplichte totale dienst werd ingesteld. ‘Mijn vader zei tegen mij: ‘Jongen, zorg er voor dat je als je daar eenmaal in Duitsland wordt ingekwartierd, zo snel mogelijk naar de kerk gaat. De pastoor zal je wel goed gezind zijn en van hem kun je misschien steun verwachten’. Die raad volgden Cor en enkele van zijn Poeldijkse lotgenoten op. Vader Van Dijk had gelijk. De eerstvolgende zondag zaten zij in de kerk, ‘als enige mannen, omdat iedere man uit het dorp was opgeroepen voor het leger’. Na de mis kregen zij een kopje koffie in de pastorie en wisten zij dat de zaak enigszins vertrouwd was. Als tegenprestatie voor geestelijke hulp boden de Westlanders aan de pastorietuin om te spitten en er groenten in te poten.




‘Verschrikkelijke taferelen’
Cor kwam terecht in een dorp waar hij moest werken in de wijnbouw. ‘Je was bevoorrecht dat je op het platteland terecht kwam. We werden ingekwartierd in het huis van mijn Duitse baas. Het was wel altijd werken in de buitenlucht en niet, zoals bij ons in de kassen. Eerlijk gezegd hadden we ook plezier met elkaar, je was jong. Voor veel jongens van mijn leeftijd was het in het begin ook wel iets van een avontuur. Dat veranderde radicaal toen we ook werden ingezet bij het ruimen van de ruïnes na een bombardement in de steden. Daar zag je verschrikkelijke taferelen waarover ik nu niet wil uitweiden. Maar het blijft je je hele leven bij’. Al voor de oorlog uitbrak kende Cor al het meisje dat later zijn vrouw zou worden. Zij trouwden in 1949, hadden een gelukkig huwelijk waaruit vijf kinderen voortkwamen. Helaas is één kind jong gestorven. Ook Cor’s echtgenote is niet meer in leven. In de naoorlogse jaren voelde hij dat zijn toekomst niet in de tuinbouw lag. Hij ging bij een kantoor in Den Haag werken en volgde in de avonduren studies, die hij nodig had voor zijn werk. Hij werd accountants- en belastingconsulent en werkte voor de Hollandse Maatschappij van Landbouw, een agrarische organisatie. Zijn financieel inzicht benutte hij later als penningmeester van het parochiebestuur in Poeldijk en zette een boekhoudsysteem op dat later landelijk door alle parochies werd toegepast. Hij werkte ook mee aan de werkgroep Historie en de samenstelling van het boek over 60 verenigingen in Poeldijk. Nu heeft hij zijn jeugdverhaal en zijn oorlogsherinneringen met zijn dochter te boek gesteld. ‘Ik heb mijn vader ook beter leren kennen’, zegt dochter Joop van Dijk.  ‘Mijn jeugd voorbij’ is te bestellen via e-mail naar: joopvandijk9@gmail.com



Geef een reactie